• Geschiedenis JV Unitas

Geschiedenis JV Unitas

‘Unitas on tour’ was het Unitas thema van de AID van 2012. Dit had net zo goed het thema van de vereniging in het algemeen kunnen zijn, want de WSB en Unitas hebben op veel verschillende plekken in de stad gezeten.

WSB

Nadat de bond net was opgericht was er geen pand van waaruit het bestuur dagelijks werkte. Het secretariaat was gewoon bij de secretaris of voorzitter thuis. Zo zat de WSB tussen 1910 en 1918 onder andere op Hoogstraat 218, 205, 234 en 127, op de Lawickse Allee 91, Heerenstraat 296 en Grintweg c829.

De eerste echte kroeg van de WSB was ‘de Valk’ op de berg, waar de vereniging in 1911 introk (hier zat Ceres overigens eerder ook). Niet veel later verhuisde de kroeg naar ‘de lokaliteiten van de heer Van der Laan’ in de Nieuwstraat en in 1913 verhuisde de kroeg weer, dit keer naar het Oranje Hotel in de Hoogstraat (tegenwoordig de Blokker). Dit was tot niet lang daarvoor de kroeg van Ceres en ook KSV heeft hier tijdelijk gezeten.

Unitas

De eerste maanden van de USV kwamen de leden bijeen in ‘Het Hof van Gelderland’, wat in de huidige Nude ligt. Dit is het hotel waar destijds ook Ceres werd opgericht. Maar niet lang na de oprichting van Unitas werd de eerste echte sociëteit betrokken. Een pand aan de Boterstraat 16, de oude pastorie van de hervormde kerk (waar Ceres eerder trouwens ook zat). Omdat hier al drie Unitas leden woonde hoefde Unitas geen huur te betalen om de onderste verdieping als sociëteit te gebruiken. Omdat één van de huurders de huur niet betaalde moest Unitas hier weer uit. Toen verhuisde de USV naar een pand bij Emmapark 2. In de zomer van 1939 werd villa ‘Josephine’ op de Wageningse Berg aangekocht. Het adres was toen nog Rijksstraatweg, wat na de oorlog werd omgedoopt tot Generaal Foulkesweg (Foulkes was een held tijdens de oorlog). Toen de oorlog voorbij was, lag het pand er zwaar gehavend bij. Het noviaat van 1945 werd dan ook gehouden in café ‘De Keyser’ (het tegenwoordige restaurant ‘t Gesprek), waarna het pand werd opgeknapt. Ook tussen 1962 en 1964 zat Unitas tijdelijk ergens anders, namelijk in het oude landbouwmuseum aan de Stationsstraat (tegenwoordig de dierenspeciaalzaak). Gedurende deze tijd werd een nieuw pand aan de Generaal Foulkesweg gebouwd, waar Unitas nog tot 2009 zat. Dit pand is overigens wel weer twee keer flink verbouwd en uitgebreid.

Nadat Unitas de berg verliet, zwierf zij een tijd door Wageningen. Achtereenvolgens huisde Unitas in het Arion, aan de Industrieweg en in het Volkshuis, met ledenavonden in De Draak, Het Gat, De Overkant, Daniels en Annies. In 2016 trok Unitas terug naar de Wageningse Berg (‘het nieuwe oude pand’). In 2019 werd het huidige pand van Unitas aan de Herenstraat aangekocht.

Financiering van het pand

De bouw van het pand aan de Generaal Foulkesweg kostte een aardige 350.000 gulden (zonder inrichting!). Toen nog niet alle oude leningen waren afgelost wilde Unitas het pand alweer verbouwen, waarvoor nieuwe leningen werden afgesloten. Waar haalde Unitas al dat geld vandaan?

Het grootste deel kwam van leningen, die in de jaren erna via de contributie, baromzet en met behulp van oud-leden werden afbetaald. Ook kreeg Unitas voor ƒ 79.000 subsidie vanuit het rijk. Alle (oud-) leden werd vriendelijk, doch dringend verzocht om, indien financieel mogelijk, bij te dragen aan de bouw van het pand. Bijvoorbeeld door een schenking of door het afsluiten van een lenteroze lening. Unitassers hielden ‘oogst-acties’ en werkten onder meer in de Wieringermeer en de gemeentelijke gasfabriek, welke tezamen ƒ33.827,14 gulden op bracht! En laten we tot slot niet vergeten dat per brief ook alle hoogleraren en verschillende bedrijven om geld werd gevraagd, wat ook nog eens bijna ƒ30.000 opleverde.

In mei 1963 is er positief nieuws met betrekking tot geld:

“het gat in de financiële toestand is niet zo groot als het gat in de berg waar de nieuwe kelder van Unitas komt”!

In 1900 telt Wageningen zo’n 9000 inwoners. In deze tijd was er qua niveau weinig verschil tussen een universiteit en hogeschol, en omdat er in Wageningen naast exacte vakken als wiskunde en natuurkunde ook economie wordt gegeven heet het een hogeschool. De Rijks Hoogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool. De school groeit in deze tijd snel, van 68 studenten in 1904 tot 253 in 1913. Bijna alle studenten zijn lid van Ceres, dat is immers de enige studentenvereniging. Maar in 1907 wordt De Bond opgericht en in 1910 volgt ook de Rooms-Katholieke Studenten Vereniging ‘Sint Fransiscus Xaverius’. In 1917 volgt de WVSV, de vrouwenvereniging en vanaf 1931 maakt ook SSR definitief deel uit van de Wageningse studentenverenigingen. Zowel SSR-W als RKSV zijn in die tijd religieuze gezelschappen, geen gezelligheidsverenigingen.

Begin 20e eeuw gaan in Nederland meer studenten zich afzetten tegen de ‘groentijd’ (ontgroening) en hiërarchie op studentenvereningingen. Ook in Wageningen. Daarom wordt op 23 november 1907 door zes studenten “de Bond van Ingeschrevenen aan de Rijks Hogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool” opgericht. Een vereniging zonder groentijd. Op 29 maart 1910 wordt de vereniging officieel erkend door koningin Wilhelmina. De naam van de Bond verandert in “Wageninsche Studenten Bond” en de eerste onderverenigingen worden opgericht, waaronder S.H.O.U.T. (de voetbalclub), een kroegcommissie, een schietvereniging en de Wageningse Debatingclub.

In de Bond leeft dan al de Unitasgedachte, zo blijkt uit een ALV van 1915. Hier komt een voorstel tot naamsverandering ter sprake. ‘USV’ in plaats van WSB. Er is één stem te weinig om de naamsverandering aan te nemen.

Wageningen, 17 Sept. 1910

Weledelgeb. Heer!

Tot mijn grote verwondering ontving ik van Uw secretariaat een propaganda schrijven om Bondslid te worden. Hoewel ik mij heel goed kan indenken dat U als secretaris van een nog jonge vereeniging op uitgebreide schaal propaganda tracht te maken, zou ik U toch aanraden, hierbij iets meer de welvoegelijkheid in acht te nemen. Het moet U toch niet onbekend zijn dat ik het laatste jaar buiten gewoon Cereslid was en het voorlaatste jaar Cereslid. U had daartoe slechts even den Almanak behoeven in te zien!
Hoewel ik wil aannemen, dat mijn naam bij vergissing in Uwe adreslijst is geraakt, zou ik U toch aanraden niet te kwistig en te onvoorzichtig met Uw eenzijdige geschifte om te gaan, opdat niet weer oud-Ceres leden, die heel goed weten, wat er in Wageningen te koop is, met Uwe onjuiste voorstellingen worden lastig gevallen.

Gaarne eenige opheldering tegemoet ziende, teeken ik

Met hoogachting

Jvrmeer
Hoogst. 93a

Een brief uit het archief, met zeer typerende schrijfstijl uit die tijd

Het gaat goed met de vereniging en de ledenaantallen groeien. In 1917 wordt het tweede lustrum feestelijk gevierd, maar begint ook het eind van de Bond. In dit jaar ontvangen de WSC en WSB een brief van prof. J. Valckenier Suringar, docent aan de hogeschool. Hij vindt het moment daar voor een fusie tussen de Bond en het Corps. Dit idee wordt besproken in de senaatsvergadering van de Bond en er wordt een commissie ingesteld om het een en ander uit te zoeken. Deze commissie presenteert de voorwaarden onder welke ze zich bij het Corps kunnen voegen. Een paar voorwaarden zijn de opheffing van de groentijd, de contributie moet naar draagkracht geheven worden, en er mag geen scheiding zijn tussen jongere- en ouderejaars. Hierover komen de WSC en WSB tot een overeenkomst. Het Corps lijkt veranderd en in een ALV wordt besloten de Bond op te heffen. Aan het eind van het studiejaar 1920-’21 houdt de WSB op met bestaan en maar enkele leden worden lid bij het Corps.

Een later USV-lid schreef hierover het volgende: “Voor “het doel” offerde het Corps alles op, z’n tradities, groentijd enz. ….. totdat “het doel” bereikt zou zijn. En dat was bereikt, toen de Bond zelfmoord had gepleegd.”

In 1929 wordt de groentijd van het WSC weer ingevoerd…

Na de opheffing van de Bond is het Corps weer de enige studentengezelligheidsvereniging. Toen in 1929 de ‘groentijd’ weer wordt ingevoerd stijgt het aantal nihilisten hard. De bondsgedachte leeft weer op! Op 27 februari 1935 wordt dan ook ‘Eugeia’ opgericht, waarvan de naam in juni verandert in Unitas Studiosorum Vadae (USV). De eerste periode is voor Unitas niet altijd makkelijk. De USV werd als rivaal gezien van het Corps en veel hoogleraren (bijna allemaal oud Corpsleden) vinden dat Unitas “splitsing en onaangenaamheden in de rustige Wageningse studentenwereld brengt”. Daarom willen zij Unitas niet officieel erkennen. Pas in 1941, na het derde verzoek, wordt Unitas door het Universiteitsbestuur erkend. Ondanks deze weerstand groeit Unitas hard. Eind jaren ’30 zijn er ruim 100 leden.

De jaren ’40 beginnen voor Unitas met het vieren van het eerste lustrum. In februari 1940 wordt in de lustrumeditie van Forum Vadense teruggeblikt op de eerste jaren van de vereniging. Er werd constant verhuisd, maar inmiddels is de vereniging in Villa Josephine getrokken (zie “Panden van Unitas” op blz. xx). De weg hier naartoe “is een lange weg geweest, die met grote moeilijkheden en, vaak niet al te faire, tegenwerking werd afgelegd”, aldus de voorzitter van de lustrumcommissie.

“Voor vegetariërs: Na langdurige onderzoekingen is een tot dusver onbekend hoogleraar erin geslaagd uit dood materiaal een assimilerende stof (te vergelijken met chlorophyl) te bereiden, zodat de vegetariërs in de toekomst niet langer weerloze planten behoeven te consumeren.”

Goed nieuws voor vegetariërs uit het Forum Vandense, nummer 4, 1e jaargang (1940)

Toch wordt er slechts bescheiden feest gevierd. Als reden worden de “moeilijke tijdsomstandigheden” genoemd; er is sprake van algehele mobilisatie, en de dreiging van oorlog is sterk voelbaar. Ondanks dit is men ook positief: “Het sociëteitsleven is zeer geanimeerd, het aantal ‘s avonds op de sociëteit etende personen is nog steeds stijgende en heeft reeds een ongekende hoogte bereikt; een koffietafel zal weer worden aangericht. Het ledenaantal is in October weer aanzienlijk gestegen en de sub-verenigingen bloeien nog als in de laatste sociëteit op Emmapark 2. Moge de opgaande lijn niet ombuigen!”.

“Zolang de Unitas nog mensen heeft die zich hiervoor willen inzetten, die nog enthousiasme en werkkracht bezitten, kan dit ook. Het is voor de Unitas noodlottig geweest, dat vele van de beginselen die zij steeds gepropageerd heeft, haar als het ware uit de handen werd geslagen, meegezogen werden in de hedendaagse politieke en sociale revolutiepogingen; maar wij hebben ondanks dit de taak haar zo mogelijk door deze impasse heen te dragen, naar een betere toekomst.”

C. Mastenbroek in het Forum Vandense (1942)

Helaas mocht dit niet zo zijn. Vanaf het begin van de bezetting werden Joden in Nederland stap voor stap steeds meer gediscrimineerd. In die tijd waren vrijwel alle Joodse studenten in Wageningen lid van Unitas (naast hen overigens ook enkele NSB’ers). In november  1941 voerde de bezetter de numerus clausus in, bekent als “Verordening 199 van den Duitschen Rijkscommissaris, waardoor het onze Joodse leden onmogelijk gemaakt werd, langer lid te zijn van onze vereniging” (Forum Vadense, 1942). Een deel van de leden, onder leiding van de toenmalige voorzitter Jan Nijhoff, was van mening dat de “Wageningse Studenteneenheid” (Unitas Studiosorum Vadae) dusdanig in zijn beginselen werd aangetast dat deze niet langer kon blijven bestaan, en wilde de vereniging dan ook uit solidariteit met de Joodse leden opheffen. Ander leden wilden de nog jonge vereniging behouden en Joodse vrienden zoveel mogelijk ondersteunen. In een ALV over dit onderwerp werd besloten om de vereniging niet op te heffen (wat betekent dat er hierna een tijd een bordje “Voor Joden verboden” bij de ingang van de sociëteit moet hebben gehangen*), waarop vervolgens iets minder dan de helft van de leden ter plekke z’n lidmaatschap opzegde. Een aanblijvend lid schreef hierover in het verenigingsblad:

Maar het bleef niet bij deze maatregel. Begin 1943 moesten studenten om op de universiteit te mogen blijven een loyaliteitsverklaring ondertekenen waarin zij beloofden zich niet tegen de bezetter te verzetten. Dit werd massaal geweigerd, met als gevolg dat velen hun studie vroegtijdig stopzetten en Unitas alsnog z’n activiteiten staakte en z’n deuren sloot.

Dan is het enkele jaren stil rond Unitas en is er nog maar een handjevol studenten en docenten op de universiteit te vinden. Wel doet de Rector Magnificus in het voorjaar van 1945 nog een opmerkelijk beroep op alle eerste- en derdejaars studenten: Door het slechte weer was de aardappeloogst in Groningen en Drenthe ernstig achterop geraakt. Alle studenten die hiertoe in staat waren zijn veertien dagen lang gaan helpen op de aardappelvelden (Almanak 1955).

Na de bevrijding keert een deel van de voormalige studenten terug naar Wageningen om hun studie voort te zetten. Door oudleden van verschillende verenigingen wordt geprobeerd om een nieuwe overkoepelende vereniging op te richten, maar de tegenstellingen blijken te groot te zijn en alle vooroorlogse verenigingen worden heropgericht.

De eerste naoorlogse editie van Forum Vadense uit november 1945 begint met de volgende woorden: “Jan Nijhoff is niet meer……”. De voorzitter van 1941/’42 was tijdens de oorlog door zijn streven “Om Rotterdam te wreken” vastberaden geweest om zich tot het uiterste te verzetten en bleek na de oorlog te zijn omgekomen in concentratiekamp Dachau. Behalve de voorzitter had de vereniging nog vier oudleden te betreuren, waaronder twee Joden.

In november kon ook de sociëteit, die kort na de oorlog enige tijd diende als gevangenis voor NSB’ers, weer door Unitas betrokken worden. Vooroorlogse commissies werden opnieuw opgericht. In deze periode heeft de vereniging een overzichtelijk aantal commissies, namelijk zeven: Debatingclub S.T.A.R.I.N.G., de Kunstkring, de Buitensportvereniging, Binnensportvereniging (schaken, bridge, tafeltennis, etc.), de Bibliotheekcommissie, de redactie van Forum Vadense, en de Tuincommissie.

Het programma van het noviaat vermeldde voor Dinsdagmiddag, 24 Sept., ‘Verfraaiing van de tuin’. Met grote belangstelling hadden we de ‘tuin’ al eerder bekeken, maar toen we er Dinsdagmiddag begonnen, bleek, dat we ook hier met een euphemisme te maken hadden. (…) Om de rimboe te herscheppen in een behoorlijk uitziende tuin, om alles grondig te restaureren, daar was de frisse geest en jonge kracht van een nieuwe groep, de novieten, voor nodig. Het leek wel een springzaad- en kweek-aanplanting, wat we daar te bewerken hadden. We vragen ons trouwens af hoe men er tot dusver gewerkt heeft, want er was niet eens gereedschap!

Novietenoffensief op de tuin – Forum Vandense (1946)

Voor degenen die de tuin van Gen. Foulkesweg 74 wel eens gezien hebben (voor of na het verlaten van het pand, het maakt eigenlijk geen verschil): sommige dingen veranderen blijkbaar nooit (zie tekstvak hieronder).

In de jaren daarna groeide de vereniging tot meer dan 100 leden en ontstond weer een actief verenigingsleven.

Unitas was niet fout in de oorlog… ik herhaal: was níet fout in de oorlog! (Forum Vadense 1946)

Het begin van de jaren ’50 is een goede tijd voor Unitas. Het is een periode van herstel en de kroeg wordt druk bezocht. Elk jaar komen er tijdens het novitiaat en de na-novitiaat (2e VIT) 20-30 nieuwe leden bij. Behalve in 1952, dan zijn het er maar 7. Dit jaar is waarschijnlijk een landelijk dieptepunt: de inspecteur van volksgezondheid had de leden gevraagd alle avonden van het novitiaat tot maximaal elf uur te laten duren. Dit omdat te ernstige lichamelijke uitputting de kans op kinderverlamming (Polio) vergroot, waaraan op dat moment veel kinderen sterven.

Eind jaren vijftig begint op Unitas de discussie over het wel- of niet toelaten van meisjes op de vereniging. Hierover worden heftige discussies gevoerd. Nog een punt van hevige discussie is die van naamsverandering. Verschillende leden pleiten ervoor om de naam te verandering in Wageningse Studenten Bond. Een van de afgumenten is dat een Latijnse naam niet thuishoort op een hogeschool (De WUR heet pas vanaf 1986 ‘Universiteit’), omdat de meeste leden toch geen Latijn kunnen. Een ander argument valt samen met de discussie over vrouwen: verschillende mannen willen graag dat Unitas een vereniging voor alleen mannen blijft en de vroegere WSB stond alleen voor mannen open, terwijl op de USV volgens de statuten ook vrouwen mogen worden toegelaten.

Ook wordt in de jaren vijftig het Eugeia Fonds opgericht. Een fonds van oud-leden van zowel de WSB als USV. Bij de oprichting in 1952 is het pand net verbouwd en als het af is wordt het geschonken aan Eugeia.

De alv van JV Unitas besloot op 10 februari 1953 de sociëteit over te dragen aan een nog op te richten fonds: het Eugeia Fonds. Dit fonds moest een stichting worden met als begunstigers oud-leden. De eerste reden voor oprichting was dat het een garantie zou zijn voor een gezonde financiële politiek inzake het gebouw en ten tweede een grotere binding met de oud-leden zou betekenen. Ook zou zo tot uiting komen dat de oud-leden zeggenschap behoren te houden over het bezit dat zij in hun studententijd hadden opgebouwd. De leden bleven wel verantwoordelijk voor het gebouw, en het Eugeia Fonds mocht zich ook alleen in noodgevallen met de vereniging bemoeien. Op 30 mei 1953 werd het Eugeia Fonds officieel opgericht. Het bestuur van de stichting ging bestaan uit enkele oud-leden, aangevuld met twee leden van Unitas die vanuit hoofde van hun functie in het Unitasbestuur zaten.

In het begin van de jaren zestig is er genoeg geld bijeen gespaard om het pand aan de Generaal Foulkesweg te verbouwen, iets wat hard nodig is door het groeiende aantal leden. Op 3 oktober 1963 wordt het nieuwe Eugeia officieel geopend. Echter, in de almanak van 1967 wordt alweer gedacht over een volgende verbouwing, omdat het aantal leden te hard blijft groeien. Deze groei brengt problemen met zich mee. Er is te weinig vergaderruimte, de kloof tussen senaat en leden groeit en er is te weinig plek in de eetzaal. Tijdens de volgende introductieperioden wordt geprobeerd “de wervende taal achterwege te laten” en dit werkt, het aantal eerstejaars neemt niet nóg verder toe.

Eind jaren ’60 begint Unitas meer en meer op het huidige Unitas te lijken. De sfeer wordt steeds losser. De vereniging is minder in zichzelf gekeerd en jacquets en baretten bij vergadering waren niet langer nodig. Ook werd het studeren minder vrij en was er minder tijd over voor activiteiten en commissies. Iets wat tot daarvoor voor iedereen heel gebruikelijk was.

In 1970 besluit Unitas tijdens een ALV het lidmaatschap voor iedere jongere mogelijk te maken. De bestuursvoorzitter was van mening dat dit tot de ondergang van Unitas zou leiden en stapte onmiddellijk op. Maar het idee slaat juist aan: het aantal leden van Unitas groeit nog harder dan in de jaren ‘60. Tijdens de introductie van 1971 komen er 240 eerstejaars bij! Veel jongeren vinden de contributie (ƒ50,-) echter hoog. Om meer jongeren lid te maken moet de contributie omlaag, wat dus betekent dat alle inkomsten van Unitas uit de entree en de bar moeten komen, wat ook niet een prettig idee is. Om vragen over het ‘zijn van een jongerenvereniging’ uit te zoeken wordt werkgroep O (openheid) opgericht (ook wel de óje-commissie). Deze werkgroep komt onder andere met drie opties tot naamswijziging: a) studenten-vereniging, b) open jongeren-verenigng, en c) open trefcentrum. In een ALV kiest men optie b, maar dan zonder ‘open’. Het is immers niet zo dat iedereen zomaar naar binnen kan.

Langzaam veranderd Unitas. De jaren ’70 is een vage periode voor zowel buitenstaanders als de leden van Unitas zelf. Vereniging of trefcentrum? Progressief of niet? Ook heeft Unitas last van enige lamlendigheid van leden. Unitassers vinden het leuk lid te zijn van een progressieve vereniging, maar voor dat progressieve karakter moeten wel andere leden zorgen. Het Forum Vadense staat vol kritiek. Kritiek van actieve leden op minder actieve en kritiek op Unitassers die alleen maar kritiek leveren. De vereniging is erg vrijblijvend, wat er voor zorgt dat het zelfs met 600 leden soms moeilijk is een compleet bestuur te vinden. Mogelijk door deze crisis daalt het aantal leden weer snel, wat de oorzaak is van een begrotingstekort.

Uit Forum Vadense van de jaren ’80 komt naar voren dat maatschappelijk debat een belangrijke rol speelt in het dagelijks leven van Unitasleden. Er wordt nauwelijks geschreven over de vereniging zelf, maar het blad staat plots bomvol opiniestukken. Kraken, feminisme, socialisme, het komt allemaal voorbij (zie figuren hieronder). Een oudlid sprak in de officieuze almanak van 2000 (Pas 65) schande van het feit dat begin jaren ’80 op Koninginnedag de Nederlandse vlag niet uithing, maar op 1 mei wel een rode vlag.

De tijdsplanning van activiteiten was in deze tijd behoorlijk willekeurig, iets dat de duidelijkheid naar buiten toe niet ten goede kwam. Vanaf 1986 kregen films en feesten daarom een vaste dag in de week toegewezen: dinsdag voor films,  donderdag en zaterdag voor bands en disco’s. ALV’s werden standaard op woensdag gehouden. Dit beviel blijkbaar bij het publiek, want de bezoekersaantallen nemen vanaf dat moment flink toe.

De toename van bezoekersaantallen eind jaren ’80 zette in de jaren ’90 door, en Unitas beleefde gouden tijden. Nadat SSR weer een besloten vereniging werd (van ’78-’90 was SSR ook een jongerenvereniging), en de laatste discotheek in Wageningen in ’92 z’n deuren sloot was Unitas de enige plek waar jongeren nog naar feestjes konden.

De leden van Unitas kregen echter steeds meer het gevoel dat ze meer personeel van een uitgaanscentrum dan lid van een vereniging waren. Daarom werd de maandagavond in 1992 omgedoopt tot speciale ledenavond, met speciale ledenprijzen voor drank, en vooral bedoeld voor gezelligheid onder de leden. De ledenbinding werd hierdoor weer flink sterker.

Na de bloeitijd van de jaren ’90 liepen de bezoekersaantallen terug en volgde voor Unitas een periode van zwaar weer. Regelmatig dreigde faillissement.

Al in november 2003 zag men in dat het anders moest. Op dat moment waren er van de ongeveer 350 leden eigenlijk nog maar zo’n 100 actief, en het bestuur werkte zich een slag in de rondte om alle activiteiten draaiende te houden. Dit was een onhoudbare situatie en na vele ALV’s werd in juli 2004 de Vrijwilligersovereenkomst (VO) ingevoerd. Ieder lid dient vanaf dan minimaal 8 uur per maand tijd aan Unitas te besteden, bijvoorbeeld achter de bar, in de mensa of bij een commissie. In ruil hiervoor kwam de financiële contributie (€55 per jaar op dat moment) te vervallen.

Toch blijven de bezoekersaantallen op de open feesten teruglopen. Deze feesten zijn de belangrijkste bron van inkomsten voor het poppodium dat Unitas op dat moment in feite is. Door de overbelasting van het bestuur loopt de financiëlle administratie enorm achter. Afrekeningen van meerdere bestuursjaren zijn nog niet rond. In 2008/2009 leidt dit tot het onvermijdelijke: een van de penningmeesters ontdekt dat Unitas ongemerkt enorme schulden heeft opgebouwd. Uiteindelijk wordt er in februari besloten om aan het eind van het jaar alle activiteiten stop te zetten en het pand te verlaten. Eind juni wordt er met een knalfeest afscheid genomen van het pand en poppodium: de eerste editie van Bergpop.

Met het verlaten van de Wageningse berg veranderde er een hoop voor Unitas. Veel leden zeiden hun lidmaatschap op, het poppodium verdween. De bestaande commissies werden opgeheven, en veel werden weer opnieuw opgericht. Er kwamen wat financiële veranderingen. Zo mocht het voortbestaan van de vereniging mocht niet langer afhangen van inkomsten van externe activiteiten. Unitas leidde in de jaren die volgde een zwervend bestaan. Eerst in het Arion, met ledenactiviteiten in diverse kroegen in Wageningen. Vrij snel kwam er een oude dansschool en partycentrum aan de Industrieweg in beeld. Het Eugeia Fonds tekende een voorlopig koopcontract, terwijl Unitas het pand tijdelijk huurde van de oude eigenaar. Helaas kwamen de vergunningen niet rond en moest Unitas het pand weer verlaten. Na een korte periode in het Volkshuis, een klein, maar gezellig gebouw aan de Vergersweg, verhuisde Unitas in 2016 weer terug naar de berg. In die tijd onderzochten Unitas en het Eugeia Fonds de mogelijkheden voor een poppodium en huisvesting van Unitas in het oude postkantoor, en en verbouwing van het huidige pand op de berg. Net toen beide opties geen gewenste optie bleken kwam Het Gat, Herenstraat 31 te koop. Op 1 februari kreeg Unitas de sleutel van Het Gat, en droegen we de sleutel van de Generaal Foulkesweg over aan Stichting Zideris.